Terug naar overzicht

Publicatie
MKB-Nieuwsbrief 08/2020

De voorwaarden voor de NOW 3.0 zijn bekendgemaakt. Hoe ziet de derde variant van deze steunmaatregel eruit?

De NOW 3.0 strekt zich uit over een periode van drie keer drie maanden, in totaal de periode van oktober 2020 tot en met juni 2021. Er bestaat in de eerste periode (oktober t/m december 2020) recht op een tegemoetkoming bij een omzetdaling van minimaal 20%. Vanaf periode twee (januari 2021) bestaat dit recht bij een omzetdaling van 30%. Het vergoedingspercentage bedraagt in de eerste periode (oktober t/m december 2020) maximaal 80%, in periode 2 is dit maximaal 70% en in periode 3 maximaal 60%.

Bij gebruik van de NOW 3.0 is ook een beperkte loonsomdaling mogelijk zonder dat daardoor de tegemoetkoming in gevaar komt. In de eerste periode (oktober t/m december) mag dit maximaal 10% zijn, in de tweede periode (januari t/m maart) 15% en in de derde periode (april t/m juni) 20%.

Let op!
Als de loonsom in de eerste periode (oktober t/m december) bijvoorbeeld is gedaald met 20%, is de loonsom dus met 10% meer gedaald dan toegestaan. In dat geval wordt de tegemoetkoming alleen over die 10% lager vastgesteld en niet over de gehele daling van 20%.

De opslag op de loonkosten blijft ongewijzigd gehandhaafd op 40%. De opslag is bedoeld als tegemoetkoming voor bijkomende loonkosten, zoals vakantiegeld.

In de NOW 3.0 zal ook in 2021 een verbod gelden op het uitkeren van bonussen, dividenden en inkoop van eigen aandelen.

Het maximumloon waarop de tegemoetkoming gebaseerd wordt, bedraagt nu nog tweemaal het maximumdagloon van € 9.691. Dit blijft zo tot en met de tweede periode. Daarna, dus vanaf april 2021, wordt het maximum bepaald op eenmaal het maximumdagloon. Dit maximum bedraagt nu € 4.845 en wordt per 1 januari 2021 geïndexeerd en opnieuw vastgesteld.

In de NOW 3.0 geldt niet meer dat 100% respectievelijk 150% van het loon van de werknemer die wordt ontslagen om bedrijfseconomische redenen, voor de gehele subsidieperiode in mindering komt op de subsidie. Dit betekent dat in de NOW 3.0 de werkgever subsidie krijgt over de loonkosten die hij tijdens de subsidieperiode heeft, zolang een werknemer in die periode daadwerkelijk in dienst is.

In de NOW 3.0 vervalt de korting van 5% op het gehele subsidiebedrag als de werkgever bij grotere ontslagaanvragen geen overeenstemming heeft bereikt met de belanghebbende vakbonden of, bij gebrek daaraan, een andere werknemersvertegenwoordiging.

Werkgevers die gebruikmaken van de NOW 3.0 hebben een inspanningsverplichting om werknemers die worden ontslagen te begeleiden naar een nieuwe baan. De werkgever is bij ontslag om bedrijfseconomische redenen verplicht om contact op te nemen met het UWV. Bij de vaststelling van de subsidie controleert het UWV of de werkgever dit inderdaad heeft gedaan.

Let op!
Is dit niet gebeurd, dan zal de NOW-tegemoetkoming met 5% gekort worden.

De omzetdaling wordt bepaald door een kwart van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet in een door de werkgever te kiezen periode van drie maanden. Wat betreft de bepaling van de loonsom geldt dat de voorschotten van alle drie de periodes zullen worden gebaseerd op de loonsom van juni 2020. Als de polisadministratie van het UWV voor de maand juni 2020 niet gevuld is, wordt uitgegaan van de loonsom van april 2020.

Welke fiscale voorstellen en wijzigingen kwamen op de derde dinsdag in september uit het koffertje van minister van Financiën Hoekstra? De maatregelen in het Belastingplan 2021 zijn sterk beïnvloed door de coronacrisis. Wij zetten kort de acht belangrijkste fiscale voorstellen en wijzigingen voor u op een rij.

Het lage tarief van de vennootschapsbelasting gaat van 16,5% naar 15%. Vanaf 2021 geldt dit lage tarief voor winsten tot € 245.000 in plaats van € 200.000. In 2022 zal deze grens verder verhoogd worden naar € 395.000. Het hoge tarief van de Vpb blijft 25%.

Vanaf 1 januari 2021 wordt het belastingvrij vermogen verhoogd naar € 50.000 per belastingplichtige. Dit betekent dat spaarders en kleine beleggers met een vermogen tot € 50.000 (of € 100.000 met fiscaal partner) geen belasting meer betalen over het vermogen. Iedereen die in 2021 een vermogen heeft van € 50.000 of meer, betaalt vanaf 2021 31% belasting over een verondersteld rendement van het vermogen. In 2020 is dat 30%.

Let op!
Voor de bepaling van de huurtoeslag wordt bij het bepalen van de vermogensgrens gerekend met een vrij vermogen van € 31.430!

In 2021 daalt de eerste schijf (belastbaar inkomen tot en met € 68.507) van de inkomstenbelasting van 37,35% naar 37,10%. Het kabinet verlaagt dit tarief tussen 2022 en 2024 verder, tot uiteindelijk 37,03%. De inkomstenbelasting van de tweede schijf (belastbaar inkomen vanaf € 68.507) blijft 49,5%.

Om het verschil in belastingheffing tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen, wordt de zelfstandigenaftrek versneld afgebouwd. In 2036 komt deze dan uit op € 3.240. Voor 2021 is de maximale zelfstandigenaftrek € 6.670.

Ondernemers worden voor de verlaging van de zelfstandigenaftrek gecompenseerd door verhoging van de maximale arbeidskorting van € 3.819 naar € 4.205 in 2021 en verlaging van het basistarief in de inkomstenbelasting naar 37,10%.

Om de toegang tot de woningmarkt voor starters te verbeteren, wordt per 1 januari 2021 een vrijstelling voor overdrachtsbelasting ingevoerd. De vrijstelling geldt voor de aankoop van een eigen woning door een koper tussen de 18 en 35 jaar. Is al eerder gebruikgemaakt van de overdrachtsbelastingvrijstelling of is de koper 35 jaar of ouder, dan geldt het huidige tarief van 2% voor de aanschaf van een eigen woning.

Voor de aanschaf van onroerend goed door beleggers, rechtspersonen en woningen die niet als hoofdverblijf worden gebruikt, gaat het tarief van de overdrachtsbelasting naar 8% (6% voor niet-woningen in 2020).

Een van de coronasteunmaatregelen is de verhoging van de vrije ruimte voor de werkkostenregeling over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom naar 3% in plaats van 1,7%. Dit geldt alleen in 2020.

Vanaf 1 januari 2021 wordt de bepaling van de vrije ruimte weer beperkt: tot een fiscale loonsom van € 400.000 geldt 1,7% en boven de € 400.000 geldt 1,18% (2020: 1,2%).

Vorig jaar is aangekondigd dat de bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s stapsgewijs wordt verhoogd. Per 1 januari 2021 bedraagt de bijtelling voor het privégebruik van elektrische auto’s 12% (2020: 8%) over maximaal € 40.000 (2020: € 45.000). Is de cataloguswaarde hoger dan € 40.000? Dan is over het bedrag daarboven de normale bijtelling van 22% van toepassing.

De komende jaren wordt de bijtelling verder verhoogd naar 16% in 2022. In 2025 stijgt de bijtelling naar 17%. De maximale cataloguswaarde waarvoor de lagere bijtelling geldt, wordt niet gewijzigd en blijft € 40.000. Nieuw per 1 januari 2021 is dat de maximale cataloguswaarde niet geldt voor zogenoemde zonnecelauto’s, die door geïntegreerde zonnepanelen worden aangedreven. Hiermee beoogt het kabinet vooruit te lopen op de ontwikkeling van de automarkt.

Door de coronacrisis kunnen werknemers hun baan kwijtraken. Het kabinet wil deze werknemers meer mogelijkheden geven voor omscholing. Daarom kunnen werkgevers vanaf 2021 ook scholingskosten van ex-werknemers onbelast vergoeden.

Ondernemers die door de coronacrisis in de problemen zijn gekomen met de betaling van hun belasting, krijgen langer de tijd om deze schulden af te lossen. De termijn waarbinnen de belastingschulden terug moeten worden betaald, is verlengd van 24 naar 36 maanden.

Door de aflosperiode te verlengen, hoopt het kabinet dat ondernemers hun schulden makkelijker terug kunnen betalen. Naast deze verlenging is eveneens voorgesteld dat de terugbetaling pas op 1 juli 2021 start in plaats van op 1 januari, zoals eerder was beslist.

Ondernemers die al uitstel hebben aangevraagd voor betaling van hun belastingschulden, kunnen dit uitstel verlengen tot 1 januari 2021. Oorspronkelijk was dit mogelijk tot 1 oktober van dit jaar.

Let op!
Is nog niet eerder uitstel aangevraagd, dan moet dit nog vóór 1 oktober van dit jaar gebeuren.

Invorderingsrente moet betaald worden als belastingschulden niet tijdig zijn voldaan. De invorderingsrente is vanwege de coronacrisis verlaagd naar 0,01%. De verlaagde invorderingsrente van 0,01% blijft tot en met 31 december 2021 van kracht.

Ondernemers met belastingschulden krijgen dit voorjaar een brief van de Belastingdienst met een voorstel voor een betalingsregeling. Is het voorstel niet haalbaar, dan zal men met de inspecteur naar een maatwerkoplossing op zoek moeten gaan.

De nieuwe maatregelen werken vrijwel kostenneutraal uit. Naast een verlies aan inkomsten door niet voldane belastingschulden, leveren de maatregelen namelijk ook rente op.

Het kabinet heeft de vormgeving van de baangerelateerde investeringskorting (BIK) bekendgemaakt. De BIK is bedoeld om tijdens de huidige coronacrisis investeringen te stimuleren en geldt voor investeringen in de periode 1 oktober 2020 t/m 31 december 2022.

De BIK kan verrekend worden met de loonheffing en is daardoor alleen interessant voor bedrijven met personeel. Door deze systematiek is het voordeel van de regeling ook niet afhankelijk van de winst.

Via de BIK kan 3% van het investeringsbedrag tot € 5 miljoen worden verrekend met de loonheffing. Bij een hoger investeringsbedrag is van het meerdere 2,44% te verrekenen. Dit pakt dus gunstig uit voor kleinere investeringen.

Let op!
De percentages voor 2022 staan nog niet vast en zijn afhankelijk van een evaluatie van de regeling eind 2021.

De BIK kan per jaar vier keer worden aangevraagd. Er geldt per aanvraag een ondergrens van € 20.000 en per bedrijfsmiddel een ondergrens van € 1.500.

De BIK kan worden verkregen naast de bestaande investeringsregelingen, zoals de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, de milieu-investeringsaftrek en de energie-investeringsaftrek. De BIK geldt alleen voor investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen.

De investeringen moeten uiterlijk tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022 zijn betaald en ook binnen zes maanden na volledige betaling in gebruik worden genomen. Verder geldt er een aantal voorwaarden die vergelijkbaar zijn met die van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Bedrijven die investeren, kunnen vanaf 1 september 2021 de BIK aanvragen bij RVO.nl. Na ontvangst van een BIK-verklaring, kan de BIK worden verrekend met de loonheffing.

Werkgevers die de tegemoetkoming NOW 1.0 hebben aangevraagd, kunnen vanaf 7 oktober de definitieve vaststelling aanvragen. Vanaf die datum is op de site van het UWV het benodigde aanvraagformulier beschikbaar.

De NOW 1.0 heeft betrekking op de maanden maart tot en met mei 2020 en bedraagt maximaal 90%. Voor de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming moet de werkgever diverse gegevens aanleveren. Onder meer het definitieve omzetverlies, zodat de juiste omvang van de tegemoetkoming kan worden vastgesteld. U heeft een accountantsverklaring nodig als u een voorschot van € 100.000 of meer heeft gekregen of als de definitieve tegemoetkoming € 125.000 of meer is. Een verklaring van een derde volstaat bij een voorschot van € 20.000 of meer of een definitieve tegemoetkoming van € 25.000 of meer.
Als u geen accountantsverklaring hoeft mee te sturen, moet u de definitieve vaststelling uiterlijk 23 maart 2021 indienen. Moet u wel een accountantsverklaring meesturen, dan heeft u de tijd tot uiterlijk 29 juni 2021. Let op, als u de definitieve vaststelling niet aanvraagt, moet u het volledige voorschot terugbetalen.

De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt per 2021 vanaf een loonsom boven de € 400.000 iets verlaagd. Met de verlaging wordt een verruiming van de vrijstelling voor scholingskosten gefinancierd. Voor de eerste € 400.000 zal de vrije ruimte in 2021 1,7% bedragen. Dit staat in het Belastingplan 2021.

Vanaf 2021 wordt de vrije ruimte over het gedeelte van de loonsom dat boven de € 400.000 uitstijgt, verlaagd van 1,2% naar 1,18%. Hiermee wordt de extra vrijstelling van de scholingsaftrek betaald. Een werkgever kan scholingskosten in beginsel voor werknemers belastingvrij verstrekken. Hiervoor geldt een zogeheten gerichte vrijstelling, die kan worden toegepast op werknemers. Nu kunnen werkgevers onder voorwaarden ook belastingvrij bijdragen aan de scholing van ex-werknemers.

Voorbeeld:
Zonder de verlaging zou een bedrijf met een loonsom van € 500.000 een vrije ruimte hebben van 1,7% x € 400.000 + 1,2% x € 100.000 = € 8.000. Met verlaging wordt dit 1,7% x € 400.000 + 1,18 x € 100.000 = € 7.980. Een verschil van 0,25%.

Voor een bedrijf met een loonsom van € 10.000.000 daalt de vrije ruimte van € 122.000 naar € 120.080. Een verschil van ruim 1,5%.

De Tweede Kamer is akkoord gegaan met het derde steunpakket voor bedrijven die getroffen worden door de coronacrisis. Wel zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd, zoals het voorlopig schrappen van de vermogenstoets bij de Tozo 3.0, de steun voor zelfstandig ondernemers.

De Tozo 3.0-regeling, de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers, wordt verlengd tot 1 juli 2021 en krijgt voorlopig toch geen vermogenstoets. Vanaf 1 april volgend jaar gaat de vermogenstoets wel gelden. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat zelfstandigen met een vermogen van meer dan € 46.520 niet voor de Tozo 3.0 in aanmerking zouden komen, maar dit voorstel is dus uitgesteld.

Het UBO-register is vanaf zondag 27 september te raadplegen. Het invoeren van het register hangt samen met de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Het inschrijven in het UBO-register is verplicht. Het UBO-register is bedoeld om inzicht te geven in de belanghebbenden van juridische entiteiten, zoals bv’s, vof’s en nv’s. UBO's (Ultimate Beneficial Owners) zijn personen die meer dan 25% van het economisch belang in een organisatie hebben.

Let op!
Voor bestaande bv’s en andere entiteiten geldt dat men zich binnen 18 maanden moet laten registreren bij de Kamer van Koophandel. Nieuw opgerichte entiteiten moeten dit direct bij inschrijving bij de Kamer van Koophandel doen.

Het kabinet wil de bestaande scholingsvrijstelling verruimen. Mede in het licht van de huidige coronacrisis moet dit ervoor zorgen dat scholingskosten per 2021 ook onbelast kunnen worden vergoed voor ontslagen werknemers. Zo wil het kabinet (om)scholing toegankelijker maken.

De belastingwetgeving kent nu ook een vrijstelling voor scholingskosten, maar deze is beperkt tot werknemers. Het voorstel is om de vrijstelling uit te breiden tot ex-werknemers. Wel blijven de huidige voorwaarden deels van kracht. Zo mag een vergoeding niet worden gebruikt voor dekking van de kosten van een studeerkamer thuis.

De vrijstelling voor de ex-werknemer geldt ook voor scholingsbudgetten. Tal van cao’s bevatten afspraken over de vorming van individuele scholingsbudgetten. Die vallen nu vaak vrij als de scholing niet vóór het einde van de dienstbetrekking is genoten. De verruiming van de scholingsvrijstelling voorkomt dit.Vergoedingen en verstrekkingen voor scholingskosten komen ook voor als onderdeel van een sociaal plan. Ook hierop ziet de verruiming dat de scholing van ex-werknemers onbelast wordt vergoed.

Het voorstel tot verruiming van de vrijstelling staat in het Belastingplan 2021 en moet nog worden goedgekeurd door het parlement.

De premies voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) gaan volgend jaar met 0,3%-punt omhoog. Dit blijkt uit de voorstellen die op Prinsjesdag bekend zijn gemaakt. Door de verhoging zijn werkgevers volgend jaar voor hun werknemers een premie verschuldigd van 7,0% van het premieloon in plaats van 6,7% nu. Dit betekent een premiestijging van 4,5%.
Zelfstandigen en dga’s gaan ook 0,3%-punt meer Zvw-premie betalen. Voor hen komt de Zvw-premie daarmee op 5,75% in plaats van 5,45% nu. Dit is een premiestijging van 5,5%. Zelfstandigen en dga’s betalen de Zvw-premie zelf door middel van een aanslag.

De Zvw kent ook een premiemaximum. Tot dit maximum is Zvw-premie verschuldigd. Het maximum stijgt in 2021 van € 57.232 naar € 58.311. Dit betekent dat werkgevers volgend jaar voor hun personeel maximaal € 248 meer kwijt zijn aan Zvw-premie dan in 2020.